| |
|
*) In alle gevallen van 1, 2 of 3 secundaire auteurs worden alle
namen overgenomen in kmc 4000, 4004, 4006 e.d. Bij meer dan 3 secundaire auteurs per soort/functie wordt slechts de naam van de
1e secundaire auteur per soort/functie overgenomen in kmc 4000, 4004, 4006 e.d., gevolgd door _..._[et al.]. |
| |
|
Richtlijnen meerdelige publicaties (MP's) en seriële
publicaties (SP's) |
| |
|
MP's |
- Bij onzelfstandige deeltitels van een meerdelige publicatie (MP)
waarvan de auteurs ook in de koepeltitel voorkomen, worden de auteurs op dezelfde manier behandeld als in de koepeltitel.
Als auteurs per deel verschillen worden de afwijkende auteurs per deel in kmc 301X gezet.
- Wanneer meer dan drie auteurs (als samenwerkingsverband) verantwoordelijk
zijn voor de gehele MP d.w.z. voor alle delen, dan worden zowel de koepeltitel als alle delen op de titel ('anoniem')
beschreven.
- Er kan alleen sprake zijn van een auteur als primair hoofdwoord in gevallen
dat een tot drie auteurs primaire en gedeelde verantwoordelijkheid dragen voor de gehele meerdelige publicatie d.w.z. voor àlle
onzelfstandige delen. In die gevallen wordt bij alle delen van de MP de hoofdauteur in kmc 3000 geplaatst.
- Bij meerdelige publicaties met zelfstandige delen worden de hoofdwoorden
per deel afzonderlijk bepaald. De koepel zal op de titel worden beschreven, behalve als een tot drie auteurs primaire en gedeelde
verantwoordelijkheid dragen voor de gehele meerdelige publicatie.
|
|
SP's |
- Niet periodiek verschijnende seriële publicaties (SP's), zoals reeksen
Alleen de naam van de eerste redacteur wordt verdubbeld. De verdubbeling blijft achterwege als de beschrijving niet is
gebaseerd op de eerste aflevering, tenzij vaststaat dat de redacteur ook verantwoordelijk is voor de eerste aflevering
(RT/S par. 48).
- Periodieken (tijdschriften, jaarverslagen)
Bij aanwezigheid van een corporatieve auteur wordt geen verdubbeling op de persoonlijke redacteur gemaakt en wordt deze
ook niet in kmc 4000 opgenomen. Wel wordt de corporatieve auteur verdubbeld (kmc 312X).
Bij periodieken wordt in principe nooit een persoonlijke auteur in de auteursvermelding opgenomen en verdubbeld. Alleen
wanneer een bepaalde auteur langdurig een prominente auteursverantwoordelijkheid heeft, kan opname en verdubbeling zinvol
zijn.
|
| |
|
Extra informatie in auteursingangen |
|
In het GGC zijn titels aanwezig waarvan de auteursingangen meer
informatie bevatten dan in de betreffende kmc's gebruikelijk is. Dit komt onder meer voor bij retrotitels. Wanneer een
record wordt aangetroffen dat in kmc 3000 e.d. een uitgebreidere vorm van een auteursnaam of andere extra informatie
bevat, dan wordt deze informatie NIET weggegooid. In deze situatie zijn er twee mogelijkheden, namelijk: |
|
- De titel wordt ongewijzigd in gebruik genomen en de uitgebreidere vorm of extra informatie
in de auteursingangen blijft staan.
- De extra informatie uit de auteursingangen wordt opgeslagen in de persoonsnamenthesaurus,
en kmc 3000 e.d. worden omgewerkt tot de vorm van de auteursnamen zoals die in de publicatie voorkomt.
|
| |
|
Schuilletters |
|
Algemene richtlijnen: RT3 K51 en V77 (alternatieve regel). |
| |
|
Aanduidingen van de auteur d.m.v. schuilletters worden in het GGC als volgt behandeld: |
|
- In beginsel worden schuilletters in hun geheel opgenomen als ingangselement. Er vindt geen
omzetting plaats. De at-sign (@) wordt geplaatst voor de eerste letter ongeacht de typografie van de letters. Evidente
gevallen van predikaten vallen buiten het ingangselement, zoals 'drs.'
- Als tussen de letters punten voorkomen, worden deze punten in de auteurs-kmc opgenomen,
waarbij na de punt geen spatie volgt.
- Worden twee of meer schuilletters niet d.m.v. een punt gescheiden, dan wordt een spatie
tussen de diverse initialen geplaatst in de auteurs-kmc.
- Als een oplossing van de schuilletters niet mogelijk is, worden de schuilletters ofwel niet
gethesaureerd en zonder omzetting als ingangselement opgenomen (voorbeeld 1) ofwel zonder omzetting ingevoerd in de
persoonsnamenthesaurus in kmc 100 (persoonsnaam, meest bekende naamsvorm) (voorbeeld 2).
Voorbeeld 1
3011 @A.L.
3011 @A K V
Voorbeeld 2
3011 @A.L.!151601534!A.L.
- Als het wel mogelijk is om de schuilletters op te lossen, wordt deze oplossing in de
persoonsnamenthesaurus vastgelegd. Van zowel de eerste als van de laatste letter van de schuilvorm wordt naar deze
voorkeursvorm verwezen (via kmc 200). In de beschrijving van de publicatie worden de
schuilletters, met daaraan toegevoegd het PPN van het thesaurusrecord, geplaatst in kmc 3000; dit in tegenstelling tot de
situatie, waarin de schuilletters niet kunnen worden opgelost. In dat geval wordt gebruik gemaakt
van kmc 301X.
Voorbeeld
3000 @J.V.V.!068423667!Joost van den Vondel (1587-1679)
4000 @Lucifer / door J.V.V
|
| |
|
Belgische auteurs
met prefix(en) |
|
Op 23 november 1992 is in de GGC-Gebruikersraad besloten om
Belgische auteursnamen met (een) prefix(en), in titelrecords in te voeren alsof het Nederlandse namen zijn. De praktijk is
echter dat in het GGC Belgische auteurs zowel op de Nederlandse als de Belgische wijze voorkomen.
In april 2008 heeft de Redactie Richtlijnen het besluit van de
GGC-Gebruikersraad uit 1992 herroepen. De huidige richtlijn voor Belgische auteursnamen is dat zij op de Belgische wijze
dienen te worden behandeld. Dit is conform de algemene regels en richtlijnen die gelden voor auteursnamen.
Voorbeeld
Dus niet: 3011 Jan/Van@Baeveghem
Maar wel: 3011 Jan@Van Baeveghem
|
| |
|
Fotografen, illustratoren
e.d. |
|
Fotografen, illustratoren e.d. met een secundaire functie
worden conform RT/CAT par. K65 behandeld. Dit betekent dat zij op dezelfde wijze worden verdubbeld als redacteuren,
bijdrageschrijvers e.d. |
| |
|
Idee en concept |
|
De rollen of functies 'concept', 'idee' e.d. vallen onder RT3 par. K65
sub 7: "... telkens de naam van de eerst opgenomene van alle personen die in een gelijksoortige secundaire rol/functie
aan de totstandkoming van de publicatie hebben bijgedragen, zoals redacteuren, vertalers, enz."
Deze secundair verantwoordelijken worden niet alleen opgenomen in
kmc 4000 e.d., maar ook verdubbeld in kmc 301X in het geval van een persoonlijke auteur of in
kmc 312X in het geval van een corporatie. |
| |
|
Brieven |
|
Als een ontvanger bekend en een natuurlijke persoon is, wordt deze
ingevoerd in kmc 3011; zijn er meerdere ontvangers dan worden de tweede en volgende(n) ingevoerd in kmc 3012, 3013 enz. Als
de ontvanger een corporatie is, wordt deze in kmc 3151 ingevoerd. Zijn er meerdere
ontvangende corporaties dan worden de tweede en volgende ingevoerd in kmc 3152, 3153, enz.
Als de identiteit van de ontvanger niet is vast te stellen, vervallen
kmc 3011 en kmc 3151, en wordt in kmc 4201 een toelichting op het ontbreken van deze kmc gegeven.
|
| |
|
Objecten |
|
Zie voor een algemene toelichting:
(Museale) objecten formaat en algemene uitbreiding
Pica formaat
Omschrijving vervaardiger en opdrachtgever (vrije tekst), zie:
kmc 4220.
Met de relatiecode 'pat' (patron) kan de rol van opdrachtgever worden
aangegeven.
|
Invoer: |
Kmc 301X kan op twee manieren worden ingevuld: |
|
A. Door het invoeren van de auteursnaam in de vorm waarin deze in
de primaire bron voorkomt. Hieronder wordt beschreven volgens welke structuur de auteursnaam wordt opgebouwd. |
| |
|
Voor de meeste materiaalsoorten: |
|
B.1. Door het invullen van de auteursnaam in de vorm waarin deze in de
primaire bron voorkomt, gevolgd door het PPN van het thesaurusrecord. Het PPN wordt omgeven door ! !. |
| |
|
Voor de materiaalsoorten D (brieven) en F (handschriften): |
|
B.2. Door het invullen van het PPN van het thesaurusrecord. Het PPN wordt
omgeven door ! !. |
| |
|
Een auteursnaam kan uit de volgende elementen bestaan. Dit is deels
afhankelijk van het feit of het om een geïnverteerde dan wel niet-geïnverteerde naam gaat. De naam wordt in natuurlijke volgorde
ingevuld. |
| |
|
1. Toevoeging voor de naam, omgeven door # # |
| |
|
2. Naamselementen |
| |
|
2a. Geïnverteerde naam |
|
- Voornaam, -namen of voorletter(s)
- Prefix(en), voorafgegaan door /
- Ingangselement (achternaam of -namen), voorafgegaan door @. Dit element is verplicht bij een
geïnverteerde naam.
|
|
2b. Niet-geïnverteerde naam |
| |
- Voornaam of -namen als ingang, voorafgegaan door @ en afgesloten met " (aanhalingstekens). Dit
element is verplicht bij een niet-geïnverteerde naam.
- Vaste toevoeging, voorafgegaan door %
- Sorteerveld bij de vaste toevoeging voorafgegaan door _=_
|
| |
|
3. Toevoeging achter de naam, tussen ronde haken en voorafgegaan door
een spatie: _( ) |
| |
|
4. Jaartal(len) |
| |
|
Het geboorte- en/of sterfjaar, of de werkjaren kunnen worden ingevoerd,
omgeven door * * |
| |
|
Voorbeelden |
|
- *1901-1983* |
|
- *1950-* |
|
- *c. 1800-1858* |
|
- *1810-1825 fl.* |
| |
|
'c.' is de afkorting van 'circa'; 'fl.' (floruit) betekent letterlijk
'hij heeft gebloeid'. Hiermee wordt de actieve, creatieve periode van iemand aangeduid. |
| |
|
Dit element kunt u aantreffen bij offline ingevoerde records. Het is
niet de bedoeling om dit element als catalogiseerder in te voeren. Zodra u de naam thesaureert, verwijdert u dit element uit de
kenmerkcode en voegt u deze gegevens, indien nodig, toe aan het betreffende thesaurusrecord. |
| |
|
5. Pseudoniemoplossing, omgeven door _< > |
| |
|
Dit element kunt u aantreffen bij offline ingevoerde records. Het is niet
de bedoeling om dit element als catalogiseerder in te voeren. Zodra u de naam thesaureert, verwijdert u dit element uit de
kenmerkcode en voegt u deze gegevens, indien nodig, toe aan het betreffende thesaurusrecord. |
| |
|
6. Relatiecode, omgeven door $ $ |
| |
|
Met een relatiecode kan worden aangegeven wat de specifieke functie
van een auteur t.o.v. de publicatie is. Deze code mag alleen na overleg met OCLC PICA worden gebruikt. |
| |
|
7. De volgende elementen kunt u aantreffen bij offline ingevoerde
records. Het is niet de bedoeling om deze elementen als catalogiseerder in te voeren. In principe kan deze informatie
worden verwijderd. |
|
7a. Titel van een publicatie, voorafgegaan door _+_ |
|
7b. Jaar van uitgave behorend bij de titel van een publicatie (7a),
voorafgegaan door _^_ |
| |
|
NB "_" betekent spatie. |
Herhaald: |
(Sinds december 2008) Herhaalbaar met gelijk volgnummer.
Volgnummer 1-9 toegestaan. |
Relaties: |
Kmc 350X (lokale secundaire
auteur) |
Nota bene: |
|
Voorbeelden: |
Geïnverteerde namen |
|
3011 |
Jan@Jansen |
|
3011 |
J.J.@Buskes_(sr.) |
|
3011 |
Gerard/van het@Reve |
|
3011 |
Andrew@Brown_(III) |
|
3011 |
de@Schoolmeester |
|
3011 |
Nat King@Cole |
|
3011 |
G.D.@Bom_(H.Gz.) |
|
3011 |
#Dr.#...@Schmidt |
|
3011 |
Jean/de@La Fontaine |
|
3011 |
P.J.@Bosch van Drakenstein |
|
3011 |
Jacobus@Anthonii_(Middelburgensis) |
|
3011 |
Henriëtte@Roland Holst-van der Schaik |
|
3011 |
Benjamin@Disraeli_(Earl of Beaconsfield) |
|
3011 |
Pietro Paolo@Vergerio_(detto Il Vecchio) |
|
3011 |
Simon@Vestdijk!068207581!Simon Vestdijk (1898-1971) |
| |
|
Brieven (D) en handschriften (F) |
|
3011 |
Jan@Greshoff |
|
3011 |
!068207581!Simon Vestdijk (1898-1971) |
| |
|
Niet-geïnverteerde namen |
|
3011 |
#Zuster#@Sonja" |
|
3011 |
@Willem"%III_=_3_(prins van Oranje en koning van Groot-Brittannië) |
|
3011 |
@Willem"%II_=_2 |
|
3011 |
@Willem"%I de Veroveraar_=_1 de Veroveraar_(koning van Engeland) |
|
3011 |
@Franciscus"%van Assisi |
|
3011 |
@Albertus"%Magnus |
|
3011 |
@Willem Frederik" |
|
3011 |
#sint#@Jacobus" |
|
3011 |
#Vader#@Abraham" |
|
3011 |
@Pius"%XII_=_12_(paus) |
|
3011 |
@Christiane F." |
|
3011 |
@Albertus"%Magnus!069279365!Albertus Magnus (1193-1280) |
| |
|
Brieven (D) en handschriften (F) |
|
3011 |
@Franciscus"%van Assisi |
|
3011 |
!069279365!Albertus Magnus (1193-1280) |
| |
|
NB "_" betekent spatie. |
| |
Laatste bewerkingsdatum: januari 2009 |
Laatste bewerkingsdatum: juni 2010 (richtlijnen inzake brieven en objecten
toegevoegd) |