![]() |
||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||
AVM - Bewegend beeld - Algemene inleiding
InleidingKmc 0500Algemene materiaalaanduidingEén beschrijving per dragerOpennetregistraties (ONR)Dvd-boxen e.d. in principe in één record beschrevenBron van de beschrijvingNaslagwerken voor filmsBelangrijke kmc'sVermelding verantwoordelijkenVoorbeelden van beschrijvingen
Deze richtlijnen beperken zich tot het beschrijven van bewegend beeld, t.w. speelfilms en documentaires, al dan niet in de vorm van opennetregistraties. Voor het beschrijven van bewegend beeldmateriaal is informatie over de wijze waarop het beeldmateriaal is opgenomen en opgeslagen, en informatie over de wijze waarop het beeldmateriaal kan worden afgespeeld van groot belang. Bij een film heeft de gebruiker apparatuur (en programmatuur) nodig. De daarvoor benodigde gegevens kunnen zo belangrijk of specifiek zijn dat het van belang is ze op te nemen in de beschrijving. Een consistente en uniforme manier van beschrijven is door de invloed van de techniek bij deze informatiebronnen niet gemakkelijk. Het vereist een voortdurende alertheid op het nog toepasbaar zijn van de opgestelde richtlijnen.
De materiaalcode in kmc 0500 in het GGC speelt een belangrijke rol bij het formaat, in de validatie, bij de indexering en in de presentatie. Beeldmateriaal wordt in het GGC beschreven met code 'B'. Het B-formaat betreft in beginsel bewegend beeld, t.w. speelfilms en documentaires, al dan niet in de vorm van opennetregistraties. Films worden altijd beschreven als B; ongeacht de drager. Een film op dvd-video is een film. Een film op videoband ook. En een streaming video ook.
Algemene materiaalaanduidingen zoals 'Beeld & Geluid' worden niet (meer) gebruikt in kmc 4000 bij het beschrijven van bewegend beeld.
Een film op videocassette en een film op dvd-video worden beide beschreven met het B-formaat. De 'dragers' waarop de films staan, zijn echter wel van grote invloed op de inhoud van de beschrijving. Als uitgangspunt bij het maken van een titelbeschrijving in het GGC - en dat is ook het uitgangspunt van de FOBID-regels (RT4) - geldt dat een beschrijving gemaakt wordt van het object dat de catalogiseerder in handen heeft ('item in hand'). D.w.z. de dvd-video, de cd-rom of de videocassette. En niet de muziekregistratie als zodanig of de taalcursus als zodanig. Het kan dus best 'dezelfde' muziekregistratie of 'dezelfde' taalcursus zijn die wordt beschreven, maar toch wordt er per drager een aparte beschrijving gemaakt. In het GGC wordt in aansluiting op internationale regelgeving de zgn. meer-record methode gebruikt. Een film op tape, een film op dvd-video en een film op bijvoorbeeld een universitair informatiesysteem en toegankelijk als streaming video, wordt dus driemaal beschreven in drie aparte bibliografische records. En deze records krijgen in alle drie gevallen een B op de 1e positie van kmc 0500. Wordt een videoband gekopieerd naar dvd-video of naar streaming video, dan wordt er dus een nieuw record ingevoerd en niet alleen een nieuw exemplaarblok.
Een belangrijk onderscheid bij Beeldmateriaal en met name bij films en documentaires is het onderscheid tussen producties die gekocht worden en officieel in de handel zijn, en zogenaamde opennetregistraties. Opennetregistraties zijn eigen opnames van de televisie. Bij opennetregistraties gaat het in de meeste gevallen om door eigen medewerkers opgenomen speelfilms, documentaires en interviews. In het verleden werden televisie-uitzendingen op videoband opgenomen, tegenwoordig op dvd of als streaming video. Aanschaf en productie verschillen nogal vergeleken met de producties die via de officiële kanalen worden aangeschaft. Bij opennetregistraties van films mag de koopversie niet in gebruik genomen worden, maar wordt een nieuwe beschrijving gemaakt. Exemplaarblokken voor opennetregistraties mogen dus nooit worden opgenomen bij de beschrijving van een koopvideo of koop-dvd. De beschrijving is specifiek voor een tv-opname. Door anderen ingevoerde opennetregistraties kunnen, onder bepaalde voorwaarden, wel in gebruik genomen worden. Bij opennetregistraties wordt bovendien een nieuwe beschrijving gemaakt:
Wordt de uitzending door dezelfde omroep herhaald en staat ook in de gids vermeld dat het een herhaling is, dan betreft het een ongewijzigde herhaling. Is de eerdere uitzending reeds door een andere instelling in het GGC ingevoerd, dan wordt er geen nieuw record ingevoerd, maar kan aan dat record een exemplaar worden toegevoegd en in een annotatie op exemplaarniveau vermeld worden dat het een herhaling betreft.
Dvd-boxen e.d. in principe in één record beschreven Voor AVM - Bewegend beeld geldt het uitgangspunt dat dvd-boxen e.d. als één geheel worden beschouwd en in één record worden beschreven (niet-analytisch). Op de tweede positie van kmc 0500 wordt 'a' ingevuld. In kmc 4060 dient het aantal fysieke delen vermeld te worden, d.w.z. het aantal dvd's waaruit bijvoorbeeld de dvd-box is opgebouwd, inclusief de tijdsduur tussen ronde haken. Hebben alle schijfjes van een dvd-box e.d. een duidelijke titel (filmtitel, titel van documentaire e.d.) dan worden deze allemaal in kmc 4200 vermeld. Is dit niet het geval, bijvoorbeeld als er sprake is van mengvormen van filmtitels e.d. en allerlei andere gegevens, of wanneer slechts een gedeelte van de filmtitels e.d. wordt vermeld in de beschrijving (Bevat o.a.: ...), dan wordt kmc 4205 gebruikt. In gevallen van twijfel heeft kmc 4205 de voorkeur boven kmc 4200.
Bij boeken is de hoofdbron voor de beschrijving de titelpagina. Wat men beschrijft, is meestal duidelijk: het boek zelf. Bij bewegend beeldmateriaal ligt dat ingewikkelder. Men beschrijft het 'item in hand' zoals hierboven reeds is aangegeven, en dus niet de cassette waarin de film zit als zodanig en dus niet de optische schijf waarop de film is 'afgedrukt' als zodanig. Men beschrijft de betreffende film op de betreffende drager. En bij onder meer de productiedatum gaat het niet om de datum waarop het schijfje is gemaakt, maar in principe om de datum waarop de film op dat schijfje is terechtgekomen. Qua tijd en omstandigheden is het niet altijd mogelijk om de film af te spelen. In het algemeen is de 'bron-volgorde' bij dit soort materialen daarom als volgt: Interne bronnen
Externe bronnen
Het menuscherm (o.a. bij dvd-video), de titelrol en de aftiteling worden gerekend tot de interne bronnen. Deze worden ook aangeduid met de term 'primaire bronnen'. De overige bronnen worden tot de externe bronnen gerekend. Het label en de rest van de publicatie worden ook de secundaire bronnen genoemd, en de bronnen buiten het 'item in hand' de tertiaire bronnen. De interne bronnen krijgt men te zien als de film wordt afgespeeld. De interne bronnen hebben voorrang boven de externe. Binnen beide categorieën dient men de aangegeven volgorde in acht te nemen. Vaak is het een praktische kwestie waar de gegevens vandaan gehaald worden. Als men de aftiteling van een film wil raadplegen, moet men doorspoelen of naar het laatste hoofdstuk gaan en versneld afspelen om de relevante gegevens te vinden. In twijfelgevallen dient men altijd de titelrol e.d. te raadplegen. Er zijn voldoende voorbeelden waarbij door uitgevers en distributeurs allerlei informatie op de doos gezet wordt die niet in overeenstemming is met wat er werkelijk op het schijfje staat. Evenmin is bij opennetregistraties de tv-gids 100% betrouwbaar. In alle situaties waarin de (speel)film niet is beschreven op basis van een primaire bron (menuscherm, titelrol en aftiteling) dient dit te worden vermeld in kmc 4700. Als een dergelijke annotatie ontbreekt, dienen andere catalogiseerders er op te kunnen vertrouwen dat de beschrijving is gemaakt op basis van het menuscherm, de titelrol en/of aftiteling van de film. Voorbeelden: 4700 Beschrijving gebaseerd op label 4700 Beschrijving gebaseerd op doos 4700 Beschrijving gebaseerd op houder
Kmc 4201 is bedoeld voor diverse soorten algemene annotaties. Voorbeelden: 4201 Titel afkomstig van label 4201 Titel op omslag 4201 Ondertitel op omslag Dergelijke annotaties worden gebruikt als de (onder)titel e.d. niet afkomstig is van de primaire bron, terwijl die primaire bron wel door de catalogiseerder is bekeken. Oftewel, de inhoud van de kmc's 4201 en 4700 kunnen elkaar wel aanvullen, maar mogen nooit met elkaar in tegenspraak zijn. Zie voor andere toepassingen: kmc 4201 In situaties waarin primaire bronnen (menuscherm, titelrol en aftiteling) ontbreken, dient dit te worden vermeld in kmc 4700. In kmc 4201 wordt aangegeven aan welke bron de titel wel is ontleend. Kmc 4700 is in dit verband van groot belang om te voorkomen dat andere catalogiseerders de dvd-video e.d. opnieuw gaan afspelen om de titel te kunnen ontlenen aan een van de primaire bronnen. Voorbeeld: 4201 Titel afkomstig van label 4700 Titelrol en aftiteling ontbreken
Voor het opzoeken van nadere gegevens en het raadplegen van extra informatie of een inhoudsbeschrijving kan gebruik gemaakt worden van de volgende informatiebronnen:
Voor opennetregistraties, in het bijzonder documentaires, kan de website van de serie zelf geraadpleegd worden, zoals www.vpro.nl/programma/tegenlicht en www.anderetijden.nl.
Voor het beschrijven van bewegend beeld is een groot aantal kmc's beschikbaar. Met name voor de volgende kmc's op algemeen niveau zijn speciale richtlijnen opgesteld om de bijzonderheden en kenmerken van bewegend beeld (speelfilms en documentaires, al dan niet in de vorm van opennetregistraties) te kunnen verwerken.
Bij bewegend beeld worden kmc 3000 en kmc 3120 niet gebruikt, tenzij er sprake is van primaire verantwoordelijkheid op basis van de inhoudelijke verantwoordelijkheid voor de productie (de film) en deze primaire verantwoordelijkheid duidelijk kan worden vastgesteld. Bijvoorbeeld de maker van een uiting van video-art, de groep uitvoerenden bij een op film vastgelegde registratie van een popconcert, de componist van een opera, de uitvoerende cabaretier of het kleinkunstgezelschap. Medewerkers (personen en corporaties), zoals de regisseur(s) van de film en de regisseur(s) van de theaterproductie, cabaretvoorstelling, opera e.d. die op de film staat, de auteur(s) van het boek waarop de film gebaseerd is, de hoofdrolspeler(s)/acteur(s), de eindredacteur(en), editor(s), scenarioschrijver(s) e.d. worden vermeld in kmc 301X en kmc 3121 e.v. Medewerkers die slechts een klein aandeel hebben in de productie of een puur technische bijdrage hebben geleverd (camera, geluid etc.) worden niet opgenomen. Voor de muziek wordt vaak een uitzondering gemaakt; de componist wordt vaak wel verdubbeld. De volgorde van de ingangen is vrij; alleen worden regisseurs als eersten verdubbeld. De volgorde waarin verantwoordelijken worden vermeld in kmc 4000 dient in principe conform de volgorde van de titelrol te zijn. Verantwoordelijken die worden ontleend aan bronnen buiten het object behoren altijd in een annotatie te worden opgenomen. Zij mogen dus niet in kmc 4000 tussen vierkante haken worden gezet.
Voorbeelden van beschrijvingen Voor onderstaande voorbeelden is gebruik gemaakt van records in het GGC, maar zijn op onderdelen gewijzigd ten behoeve van de online documentatie. Kortom, onderstaande voorbeelden hoeven niet (volledig) te corresponderen met de 'echte' records in het GGC.
Voorbeeld speelfilm
Voorbeeld speelfilm
Voorbeeld speelfilm
Voorbeeld speelfilm
Voorbeeld muziekregistratie
Voorbeeld opennetregistratie
Voorbeeld opennetregistratie
Laatste bewerkingsdatum: oktober 2008 | |||||||
|
|||||||